Pagina's

Sunday, March 23, 2025

Dierenliefde is Mensenwerk

Het zijn de dieren waarvoor we rijden, het zijn de mensen die ons bellen. 

Hierdoor krijg je op de ambulance te maken met een verscheidenheid aan personages en achtergronden, talen en verhalen. 

Om dit te illustreren heb ik maar 1 pagina de tijd, dus ik zal snel doortypen. 


De overleden hond en de traplift

De hele buurt zat in haar woonkamer op 4 hoog. Klaar om definitief afscheid te nemen van haar overleden hond, die wij kwamen ophalen. Met een lach en een traan werd er geborreld zoals je dat doet op een uitvaart. Mijn collega Henk en ik werden warm onthaald op deze nazit en hoorden alle uitgelaten verhalen. 


Zowel hond als zijn eigenaresse bleken een fenomeen in de buurt. Bekend en geliefd, vanaf de buurtsuper tot aan de studentenkroeg.

De vrouw, op leeftijd, trotseerde sinds een tijd alle acht stenen trappen van haar woning met de hulp van een traplift. 

De hond vond dat veel te langzaam gaan, maar weigerde inmiddels zelf ook trap te lopen.


Dus hebben de buren jarenlang de hond alle trappen op en af geholpen. Uit liefdevolle waardering voor het hondje, de buurvrouw en hun dagelijkse wandelrondje.

Kwispelend, maar ook wat geïrriteerd op zijn horloge kijkend, wachtte hij dan op zijn baasje onderaan de traplift, om vervolgens samen de straten onveilig te gaan vermaken. 


Toen we de hond – wederom met hulp van de trouwe buurtwacht– op de brancard naar beneden hadden gebracht, klonk het ver van boven: "Wacht ff, ik wil toch nog één keer afscheid nemen." 

Het zoemende geluid van de traplift, die -en dat moet ik de hond nageven - echt heel heel erg lang duurde, en de daaropvolgende erehaag van buren die de hond naar de ambulance begeleidde, zal ik nooit meer vergeten.


De Duif in de Pizzadoos

We moesten 's avonds laat een gewonde duif ophalen bij een inmiddels gesloten Pizzeria in West. De duif had zich met hangende schouders al 3 dagen in een hoekje voor de ingang verschanst en bleef niet onopgemerkt door de eigenaar. Omdat gewonde vogels makkelijk ten prooi kunnen vallen, dienen deze veilig te worden gesteld totdat wij ze ophalen. Kartonnen dozen met ventilatiegaatjes zijn hiervoor in principe heel geschikt. De man had braaf dit advies van de meldkamer opgevolgd en zei de duif in een pizzadoos voor de deur te hebben gezet. Onderweg naar de ophaallocatie heb ik mij daarover behoorlijk achter de oren gekrabt.

Gelukkig heeft er ooit iemand de pizza Calzone met bijpassende doos uitgevonden. 


Het egeltje en het kindje dat gewoon heel graag wou dat het egeltje stiekem een hondje was

In Buitenveldert hadden we een net iets te avontuurlijk egeltje opgehaald. Al snel stond er een zwerm buitenspelende kinderen om de ambulance. Een ventje van een jaar of vier, trok me aan mijn shirt.

“Wat is dat voor een hond, mevrouw?"

“Dit is een egeltje!"

“Is de hond dood?"

“Nee, hoor!" "Dit egeltje is alleen te jong om zonder ouders over straat te lopen.” 

Hij viel even stil om dit alles te verwerken.

Enthousiast en een stuk wijzer keek hij weer omhoog. 

“Mijn oom heeft ook een kat!  En als ik 10 ben, krijg ik een puppy….

Maar dan ga ik wel tegen hem zeggen dat hij niet alleen over straat mag lopen. Totdat ik zelf een ouder ben.

Dan loop ik met hem mee.”


Zie hier, weliswaar in vogelvlucht:

Achter elke melding zit een liefhebbende eigenaar, een opmerkzame pizzabakker, een hele buurt of een roedel kindertjes.

Allemaal met een eigen verhaal. 

En dat maakt elke rit, elk dier, extra speciaal. 


Dierenliefde is en blijft mensenwerk.


Pulletjes

Elke woensdag haal ik mijn twee nichtjes van school.

Nou denk je waarschijnlijk; wat kan mij jouw nichtjes schelen en dat snap ik. 

Geef het even.


Ik zal ze kort toelichten.


Waar mijn jongste nichtje kwispelend iedere hond achterna rent, kijkt de oudste analyserend de kat uit de boom. 

Beiden nemen het concept huisdier uiterst serieus. Zo zijn ze momenteel in een vurige concurrentiestrijd verwikkeld met Eddie -mijn kat- om mijn liefde en aandacht. 

Iets wat ik zowel zorgwekkend als volledig terecht vind.

Ze hebben zelf een hamster. Om privacy redenen noem ik hem Kiwi.

Kiwi heeft een buizen installatie van 25 meter verspreid over 2 verdiepingen; een weekendverblijf met een lift en een zomerhuis.


Mijn nichtjes hebben mij persoonlijk aangemeld bij de dierenambulance. Een aantal jaar geleden, op het rondtrekkende festival ‘De Parade’. Ik ging even plassen en had ze voor de zekerheid bij de EHBO geparkeerd. Met op bijdehandjes mijn telefoonnummer geschreven. Daar zat iemand van de dierenambulance. Een week later had ik mijn sollicitatiegesprek. 

Ze waren toen 5 en 7 en ik zeurde er inderdaad oprecht al jaren over dat ik vroeger toen ik klein was, later als ik groot zou zijn bij de dierenambulance wilde werken.


Goed, ik haal ze dus uit school. Op de fiets!

Nou kunnen er vast een heleboel nichtjes al fietsen, maar toch; als je zelf alleen een kat hebt opgevoed blijft het een indrukwekkend gebeuren.


Terwijl we naar huis fietsen, is het tijd voor onze vaste rubriek: Wat hebben Henk en Marleen gisteravond meegemaakt op de dierenambulance? 

Dit is fijn voor mij, want met maar best weinig uren tussen mijn dienst en de schoolbel, geeft dit moment me de kans om al vertellend orde te scheppen in de hectiek van de vorige avond. Want luisteren zullen ze, aangezien ze toch de aanstichters van dit alles blijven.

Zo herbeleven we bijvoorbeeld de gezinshereniging met de puppy, haal ik de kitten nog een keer uit de breidoos en zet ik al die duiven een-voor-een nogmaals terug in hun kracht.


Tot vorige week. 

Vorige week ging er namelijk van alles behoorlijk mis. 

Ik vertelde net enthousiast het verhaal van de re-integrerende postduif toen plots een eend mijn eerste nichtje uit koers bracht. Nummer twee schrok daarvan en ging richting de sloot. Ik als hekkensluiter vond dit iets te veel Sophie's Choice en ging met gepast gevoel voor dramatiek dwars liggen. De eend was allang gevlogen maar wie reed er toevallig net langs om mijn schoen weer uit het water te halen? Inderdaad, de dierenambulance! 

Helden. 


Het cirkeltje is weer rond en wat mij betreft is dit best een sympathieke illustratie van elke speler.


Ik wil mijn nichtjes ook weer niet te veel op de borst kloppen hoor, maar deze twee pulletjes zijn wel echt mijn allerste lievelingsdiertjes. 

Uiteraard samen met Eddie. 


Tuesday, April 7, 2015

Omgepot



Ik legde net de laatste hand aan het oppotten en spalken van een gehandicapte sanseveria toen er plots vanuit de badkamer een zacht gespetter klonk. Verbaasd keken mijn kat en ik elkaar aan. Aldaar trof ik twee vaalbruine keuteltjes aan, wijdbeens dobberend tussen mijn eveneens drijvende haarverzorgingsproducten.
Foute boel, besloten de kat en ik. Ik ging direct op zoek naar mijn telefoon, want naast zachtjes wenend de stabiele zijligging aannemen is bij huishoudelijk falen ook het inschakelen van specialistische hulp cruciaal. Goddank was het zondagavond rond de klok van Studio Sport. Loodgieters te over…hmm?!
Nu ben ik gelukkig gezegend met frappant gevoel voor dramatiek die hier ingezet niet onderdeed voor het symptomatisch breekpunt in ‘Help, mijn man is John Williams’ en had ik nog voor de aftrap van de derde helft een loodgieter in mijn badkamertje, waar intussen onder luid gejoel het golfslag-kwartiertje was begonnen. Beeldspraak natuurlijk, want eigenlijk was het gewoon een kolkende plas met de poep van 1hoog.
Dat het niet zou neerkomen op vijf minuten ritmisch ploppen in de pot, werd duidelijk na het binnenrijden van de Turbo Flusher, in deathmetal uitvoering.
Ik liet de boel de boel en trok mijzelf en de kat even terug. Een uur later stond de loodgieter voor mijn neus, bedekt onder een laag kruipruimte waarvan ik het bestaan niet wist. Hij slingerde een wit apparaat voor mijn ogen: een tandenborstellader. Maar niet de mijne. Ik kon mij ook niet heugen dat ik er ooit een in de wc had opgeborgen. In zijn andere hand droop een pyjamabroek met paaseitjes-print. Nog voordat ik ‘huh?’ kon zeggen klonk er een angstaanjagend gegil, gevolgd door een bons. In mijn tuin naast de schutting en een duidelijk geschrokken sanseveria lag mijn buurvrouw. Lijkbleek, angstig in zichzelf mompelend in slechts een nachthemd met paaseitjes-print.
Trillend beschreef ze hoe er zojuist een monster uit haar toilet omhoogschoot en moordlustig en allesverslindend van wastafel tot wasmand om zich heen greep. Ze kon nog net voorkomen dat hij haar been te pakken kreeg en haar het riool in zou sleuren.
Het monster?: De iets te ver doorgeduwde draaiveer van de loodgieter, die via een verkeerd aangelegde leiding enthousiast de huisraad van de buurvrouw binnen harkte. Haar totale verwarring bij het zien van haar halve badkamerinrichting in mijn huis was de druppel. Ik lig de aankomende week onder de tafel dus die sanseveria kan voorlopig even de pot op.

Tuesday, December 30, 2014

Oudejaarsconference voor Buitenveldert


Op oudejaarsdag liep ik met twee oliebollen min een hapje door Buitenveldert. Het was traditioneel parapleurisweer. Om mijn één oliebol plus een klein stukje niet te laten verzompigen stapte ik binnen bij een nieuwe koffietent – excuseer , koffieboetiek - die zo hip is dat ik eigenlijk mijn baard had moeten laten staan. Ik bestelde de Koffie van de Dag; een (h)Eerlijke Bleuh-bla-plâh met duurzaam Gemberschuim en Lijnzaadcapsules en liep hiermee een kleine 20 minuten later trots naar een kruk bij het raam. Dat vind ik fijn, bij het raampje zitten. Ik keek aan de ene kant uit over de ijsbaan op het Gelderlandplein, alwaar een heus mediacircus was opgezet. Kennelijk had Nederland nèt tegen Nederland geschaatst nadat ze een ronde daarvoor al Néderland hadden verslagen en toen had Nederland gewoon gewonnen! En dus stonden er busjes en bosjes mensen in Oranje huispak met pils in de hand onze toeschouwende Koning toe te zingen, die zich al joelend voor de gelegenheid in trainingspak bovenin een goud met brons en zilveren kerstboom had gehesen. Gewoon in Buitenveldert! Buitenissig…

Op links was mijn uitzicht wat rustiger, maar minstens even gezellig: Tussen de met politielint afgezette en in ijspegels gehulde hittelamp op het terras van 'L’HotSpot du Barista' en de wipkip van de buur, Super, hadden een aantal mannen kamp opgezet. Ook deze heren bleken geen onbekenden. Jawel: het was Bram M. uit A! Die glanzende zilverwitte krullenkorst herken je zelfs bovenop een oud paradijsvogelkostuum van Gordon. Bram bleek gezellig keuvelend met de charismatische maar ongrijpbare leider en ‘Seksrabbijn’ van het progressieve Jodendom. Bijna kneuterig #saampie aan een bruut in de steek gelaten Radler en kopje soep sabbelend. Even dacht ik ook nog Yolanthe Sneijder Cabau in de tent te zien zitten, maar de belichting liet sterk te wensen over. Dus wat dat betreft had het had net zo goed een korrelige Onno Hoes kunnen zijn. Nog na-knabbelend op mijn lijnzaadcapsules, zachtjes meezeuriënd op de kerst-cd van wijlen Robin Williams (of was het nou Robbie? Ach. #YOLO) liep ik met mijn halve oliebol de tent uit en – komt’ie...poëzie -  een nieuw jaar tegemoet.
Snik! Jaha. Nu moeten we dus weer sobertjes wachten tot op 17 januari de volgende nationale feestdag voor de deur staat: de openingsceremonie en voorselectie van het Nationaal Zwarte Pietendiscussie-seizoen.

U ligt inmiddels al een aantal dagen voor op mij, maar ik wens u toch nog graag- naast de allerbeste wensen en een nauwsluitende ziektekostenpolis  - nèt zo'n uitstekend uiteinde als dat van Kim Kardashian.

Monday, October 20, 2014

HERFST.



Het wordt al weer vroeg laat en de NS heeft alvast bussen ingezet.
Het is herfst. Ieder jaar weer moet ik keihard vechten tegen mijn najaarsdip, en daar word ik heel neerslachtig van.
Het begint altijd met het eerste loze weeralarm en de traditionele verontwaardiging over het feit dat de pepernoten van 2018 alweer in de schappen liggen. Meestal roept dit laatste bij mij nog enige feestvreugde op, maar helaas is dit jaar zelfs de Piet zijn zomerse kleurtje alweer kwijt. Nee. Dit jaar zullen we het moeten doen met een in de schaduw belegen stuk Gouda. Het druilerige spat er voor mij zó van af dit jaar, dat ik vrees dat de gebruikelijke tips tegen de herfst blues me niet zullen gaan helpen. Immers, zonlicht om tweemaal daags 15 minuten op te zoeken is er gewoonweg niet, ik hou nou eenmaal niet van verkwikkende spitskool met mineraalwaterdressing en Norah Jones uit haar stal halen en driftig gaan zitten theedrinken op de bank: Dacht het niet, vriend. Dus ik heb het internet geraadpleegd voor potentiële super tips.
Ik deel ze graag met u. Maar of ze ook wetenschappelijk verantwoord zijn weet ik niet, want als onderzoeksjournalist ben ik redelijk snel tevreden.
Oké.
*Hoe vermoeiend het ook mag klinken: ook in de herfst te allen tijde keurig uw gazon, terras en oksels bijharken doet wonderen voor de gemoedstoestand en het zelfvertrouwen.
*Berust u hierin: Het glas kan nooit helemaal leeg zijn als het regent.
*Binnen blijven? Kaarten schrijven! Omdat schrijven leuk is. Omdat post krijgen nog leuker is. Karmapunten!
*In elk artikel over herfstmalaise kwam ik het woord pompoen tegen. Kan geen toeval zijn. Denk aan een pompoen als decoratie bij de voordeur, met wat room in de soep of als haar accessoire: Experimenteer tot dat u de gebruikswijze vindt die bij u past!
*Ik ben ontzettend verslaafd aan het kijken van dierenfilmpjes op YouTube. Heel vaak vind ik mijzelf om 6 uur ’s ochtends terug in een domino van in slaap vallende kuikentjes en katten in pizzadozen. Mega-herfsttip: filmpjes van dieren die zich compleet in de herfsttaferelen storten. Babygeitjes in te grote hoopjes bladeren. Katten verkleed als pompoen. Huilen!
Mocht dit alles nou geen snars helpen en ik in bikini naast het doucheputje beland: Veel goede columns komen voort uit diep mishagen en enorme depressies, dus dan komt alles toch nog op z’n pootjes terecht.

BUREN. BUITENVELDERT COLUMN SEPTEMBER


Iedereen heeft buren. Daar ontkom je niet aan.
Volgens onderzoek van het CBS zegt 1 op de 3 huishoudens last te hebben van de buren.
Dus toen ik een jaar geleden mijn huidige huis betrok, besloot ik maar uit te gaan van het positieve. Dan kon het slechts tegenvallen.
Maar joepie! Ik vind mijn buren stuk voor stuk geschikt. In hun hulpvaardigheid en gezellige aanwezigheid òf juist hun terughoudendheid, zoals bij mijn bovenburen: een lichtvoetige vader, moeder en zoon - al verdenk ik de zoon ervan stiekem twee jaar ouder te zijn dan zijn vader.
In deze buurt voel ik voor het eerst in mijn 7 jaar Amsterdam een soort ons-kent-ons dorpsgevoel, waarin handige buurmannen je met een boor te hulp schieten en mensen graag koekjes voor elkaar bakken. Of een zakje met appelflappen over je schutting hangen, zoals mijn allerlievelingste buurvrouw regelmatig doet. De vrouw is een zegen.
Mijn overburen 'zie' ik het meest;  Trees en Ger. (Ik noem ze voor de privacy hier maar even T & G.)
Daar ik principieel altijd in de tuin zit omdat ik een tuin heb en mijn overburen een aantal keren per dag in hun aangrenzende keuken komen omdat dat er nou eenmaal bij hoort, kun je hier spreken van een hechte band. T & G weten alles van mij : "Je zult vandaag wel moe zijn, na gisteren." "Had je vriend nu alweer de verkeerde kaas meegebracht?" en ik van hun: G hangt de natte was op, T is verantwoordelijk voor de droge. T moet “niet zo stronteigenwijs doen' en G moet "lààt nou maar’en".
Ondanks hun droge prozaïsche optreden zijn ze stiekem heel lief. Laatst kwamen ze op mijn verjaardagsfeest, voorzien van net overhemd èn cadeau, welk zo snel in mijn handen werd gedrukt dat ik dacht dat ze zojuist van hun geloof waren afgestapt. “Hier. Een plant voor in je tuin die nog wèl leeft.”  Geestig ook: G nam een witte wijn, want "T is vanavond de bob, hihi!".
Verder woont er in mijn straat o.a. een oudere man wiens broek steeds afzakt en mij liefkozend Prinses Betty (?) noemt; een bloembak-moraalridder; een man zonder bloembak en/of behoefte daaraan en als bonus grenst mijn tuin aan het stembereik van een uitgesproken vrouw met Tourette in het bezit van een obsessie voor de Noord-Zuidlijn en openstaand keukenraam. U merkt, ik heb het er maar druk mee.
Dus. Voor nu.
Iedereen heeft buren. Gelukkig wonen die van mij dichtbij.